Heeft u – vanwege aangifteverzuim – een naheffingsaanslag omzetbelasting over het 2e kwartaal 2021 of over juni 2021 ontvangen, met dagtekening 28 augustus 2021? Maar hebt u wel op tijd aangifte gedaan en daar een ontvangstbevestiging voor ontvangen? Dan heeft de Belastingdienst deze naheffingsaanslag onterecht opgelegd.

Door een technisch probleem is er iets misgegaan met het verwerken van de aangifte. De Belastingdienst verwerkt de aangifte alsnog goed. De aanslag wordt aangepast op basis van de aangifte die u al op tijd hebt ingediend. U krijgt daarover nog bericht. U hoeft niets te doen.

Omdat de Belastingdienst de aangiften handmatig moet verwerken, kan het nog enkele weken duren voordat u bericht krijgt. Als het langer duurt, dan kunt u dit lezen op Forum Fiscaal Dienstverleners en belastingdienst.nl.

Bron: Forum Fiscaal Dienstverleners, 28 Augustus 2021


Staatssecretaris Vijlbrief heeft aan de Tweede Kamer geschreven niets te willen veranderen aan het ingediende wetsvoorstel excessief lenen bij de eigen vennootschap vanwege de coronacrisis.

De vaste commissie van Financiën had de staatssecretaris verzocht de Tweede Kamer te informeren over de gevolgen van de coronapandemie voor het wetsvoorstel excessief lenen bij de eigen vennootschap (hierna: het wetsvoorstel) . Door de coronapandemie zijn veel ondernemers financieel geraakt. Beschikken deze ondernemers nog over voldoende middelen om de liquiditeitspositie van hun vennootschappen te waarborgen?

Onvoldoende gegevens beschikbaar
Er zijn op dit moment nog geen aangiftegegevens beschikbaar over 2020 en 2021 Er kan daarom nog geen inschatting worden gemaakt wat de ontwikkeling is geweest van het aantal ab-houders met excessieve schulden tijdens de coronacrisis. In 2019 hebben bovendien veel ab-houders hun schulden al deels afgelost. Mogelijk heeft dat te maken met aankondiging van het wetsvoorstel. Door aflossing van de schulden is de liquiditeitspositie van bv’s al verbeterd.

Voldoende maatregelen vanwege coronacrisis genomen
Het kabinet heeft juist vanwege de coronacrisis al uitgebreide steunmaatregelen voor ondernemers genomen. Door de coronacrisis is de inwerkingtreding van het wetsvoorstel bovendien al met een jaar uitgesteld. Ondernemers hebben daarom een jaar extra gekregen om te anticiperen op het wetsvoorstel. De inwerkingtreding is gepland op 1 januari 2023, zodat de eerste peildatum 31 december 2023 zal zijn. Daar komt bij dat het wetsvoorstel alleen van invloed is op ab-houders met meer dan € 500.000 schuld aan hun eigen bv.

Bron: Taxence door Michel Halters, 5 juli 2021
Kamerbrief van 2 juli 2021 met nadere informatie Wet excessief lenen bij eigen vennootschap, kenmerk 2021-0000126845


Als een dga eenmaal met zijn bv heeft afgesproken dat hij rente over de rekening-courant vergoedt, moet hij deze ook voldoen. Anders geniet hij een verkapt dividend.

Een dga had in 2013 een overeenkomst inzake rekening-courant (rc) gesloten met zijn bv. Op grond van deze overeenkomst zou de bv over het saldo een rente van 5% per jaar berekenen. De bv bracht de dga echter geen rente over 2015 en 2016 in rekening. De Belastingdienst ziet in het niet doorberekenen van rente over de rekening-courant een verkapte winstuitdeling. Ook Rechtbank Gelderland komt tot die conclusie. De bv had recht op een rentevergoeding van de dga, maar heeft deze niet ontvangen of bijgeschreven. De bv heeft daarmee afgezien van een voordeel en zo haar dga verrijkt. Het bedrag aan misgelopen rente heeft het vermogen van de bv definitief verlaten. Omdat zowel de dga als zijn bv wist van de inhoud van de overeenkomst, waren zij zich bewust van de bevoordeling van de dga.

Wet: art. 4.12 Wet IB 2001

Bron: Taxence door Remco Latour 20 augustus 2021. Rechtbank Gelderland 28 juni 2021 (gepubliceerd 18 augustus 2021), ECLI:NL:RBGEL:2021:3248, 19/6812 en 19/7353


Marjo Jacobs augustus 4, 2021

Het handhavings- en toezichtbeleid van de Belastingdienst voor de wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA) blijft vooralsnog ongewijzigd. Dit in tegenstelling tot berichten in de media over mogelijke wijzigingen.

Het huidige handhavingsmoratorium loopt tot minimaal 1 oktober 2021 en eindigt pas wanneer het kabinet dit besluit. Tot die besluitvorming blijft de huidige situatie van kracht en voert de Belastingdienst het Toezichtplan Arbeidsrelaties uit.

Sinds 1 januari 2020 kan de Belastingdienst meer handhaven op arbeidsrelaties bij opdrachtgevers. Er kunnen correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen worden opgelegd, eventueel met een boete. Handhaving op de loonheffingen vindt alleen plaats bij kwaadwillende opdrachtgevers en opdrachtgevers die aanwijzingen hebben gekregen van de Belastingdienst en die niet opvolgen binnen een redelijke termijn. Dit wordt het handhavingsmoratorium genoemd.

Aan handhaving gaat altijd toezicht vooraf. Dit kan bijvoorbeeld beginnen met een bedrijfsbezoek en uitmonden in een boekenonderzoek.

Pilot webmodule
Deze pilot startte in januari 2021 en heeft een looptijd van minimaal 6 maanden. Werkgevers gebruiken een speciale webmodule om te zien of iemand terecht buiten dienstbetrekking werkt. Naar verwachting volgt in oktober 2021 meer over de uitkomsten van de pilot. Een nieuw kabinet zal daarna een beslissing over de voortzetting van de Wet DBA nemen.

DBA: hoe zat het ook alweer?
Door de DBA is de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) vervallen. Opdrachtgevers en opdrachtnemers maken binnen hun arbeidsrelatie afspraken. Samen beoordelen zij of sprake is van loondienst. Bij twijfel kan een modelovereenkomst zekerheid geven. Als sprake is van loondienst moet de werkgever loonheffingen inhouden en betalen. Ook moet hij meestal loon doorbetalen bij ziekte en vakantie en gelden bijvoorbeeld specifieke regels bij ontslag.

Bron: Forum Fiscaal Dienstverleners 23 juli 2021


De Belastingdienst herstelt een jarenlang gemaakte systeemfout en verlaagt alsnog ten onrechte in rekening gebrachte aanmanings- of dwangbevelkosten. De terugbetaling van deze kosten is gestart en loopt tot eind 2021.

Burgers en bedrijven die 1 of meer aanslagen vanaf 2011 niet (of niet op tijd) betaalden, kregen een aanmaning of dwangbevel met daarin vervolgingskosten. Als de aanslagen verminderden, had de Belastingdienst ook deze kosten moeten verminderen. Door een fout in de systemen is dit niet altijd gebeurd.

De Belastingdienst is gestart met terugbetaling van de kosten van zo’n 600.000 aanslagen, waarvan het bij ruim twee derde om minder dan € 30 gaat. De veelal eenmalige terugbetaling voert de Belastingdienst automatisch uit. Bij 140.000 aanslagen is sprake van complexere aanslagen.

De eerste brief met uitleg over het herstel valt op 3 augustus 2021 bij ongeveer 25.000 belanghebbenden op de mat. De Belastingdienst verwacht hierover veel vragen en heeft een apart telefoonnummer beschikbaar (0800 – 235 83 59). Ook is informatie te raadplegen op de internetsite van de Belastingdienst. Meer informatie staat op belastingdienst.nl of in de Kamerbrief over vervolgingskosten en invorderingsrente.

Bron: Forum Fiscaal Dienstverleners, 4 augustus 2021


Marjo Jacobs februari 18, 2021

Webshopeigenaren die te maken hebben met e-commerce, kunnen een grote verandering verwachten. Vanaf 1 juli 2021 moeten zij btw afdragen in andere EU-lidstaten als de omzet van hun afstandsverkopen en digitale diensten aan consumenten uit andere EU-lidstaten de grens van € 10.000 per jaar overschrijdt. Met het nieuwe One-Shop-Stop-systeem kunnen zij de verschuldigde buitenlandse btw aangeven.

Regeling tot 1 juli 2021

Als een Nederlandse btw-ondernemer producten verkoopt aan consumenten in andere EU-landen, is tot en met 30 juni 2021 de afstandsverkopenregeling van toepassing. In dat geval zijn er twee mogelijkheden:

  • Het totale bedrag aan vergoedingen voor de verkopen in de EU-lidstaat blijft zowel in het voorafgaande kalenderjaar als het huidige kalenderjaar onder een drempelbedrag dat per lidstaat verschilt. Voor Nederland geldt overigens een drempelbedrag van € 100.000. In deze situatie is de plaats waar het vervoer begint de plaats van levering. De ondernemer brengt dus btw tegen het Nederlandse tarief in rekening en draagt deze ook af.
  • In andere gevallen moet de ondernemer het btw-tarief hanteren van de staat van aankomst van het goed.

MOSS-regeling

Ondernemer die telecommunicatie-, omroep- of elektronische diensten leveren aan particulieren in andere EU-landen, kunnen de Mini-One-Stop-Shop-regeling (MOSS-regeling) toepassen. Tenminste, als de omzet behaald met die digitale diensten in een kalenderjaar en het kalenderjaar daarvoor niet meer dan € 10.000 bedraagt. Als de ondernemer de regeling mag toepassen, hoeft hij alleen btw te betalen in het vestigingsland voor de MOSS-regeling. Hij hoeft zich niet te laten registreren in alle landen waar zijn consumenten gevestigd zijn. Bovendien hoeft hij slechts in één land btw af te dragen.

Vrijstelling geringe invoer

Soms kopen consumenten goederen buiten de EU die zij meenemen naar Nederland. Dit is een vorm van invoer. Vóór 1 juli 2021 geldt bij invoer door consumenten echter een vrijstelling van btw en invoerrechten als de waarde van de ingevoerde goederen hoogstens € 22 bedraagt. Is de waarde meer dan € 22, maar maximaal € 150? Dan is men btw-verschuldigd. En bij een waarde van meer dan € 150 ook invoerrechten.

Vanaf 1 juli 2021: One-Stop-Shop-regeling

Vanaf 1 juli 2021 luidt de hoofdregel dat een btw-ondernemer btw moet afdragen in andere EU-lidstaten als de omzet van zijn afstandsverkopen en digitale diensten aan consumenten uit andere EU-lidstaten de grens van € 10.000 per jaar overschrijdt. In het geval van een overschrijding van die grens kan een ondernemer via een nieuw systeem de verschuldigde buitenlandse btw aangeven. Dit nieuwe systeem is het One-Stop-Shop-systeem (OSS-systeem). Via de OSS-aangifte verdeelt de Nederlandse Belastingdienst de btw-opbrengsten over de rechthebbende landen.

Invoer OSS-aangifte

Vanaf 1 juli 2021 zal de btw-ondernemer goederen afkomstig uit niet-EU-landen met een waarde van hooguit € 150 kunnen rapporteren in een invoer OSS-aangifte (I-OSS). Daarbij is de invoer van goederen uit niet-EU-landen vrijgesteld van btw. Deze regeling geldt trouwens niet alleen voor btw-ondernemers uit de EU. Noorse btw-ondernemers en niet-EU btw-ondernemers met een vertegenwoordiger in de EU zullen deze regeling ook mogen toepassen. Wie deelneemt aan de I-OSS-regeling, ontvangt een speciaal btw-identificatienummer. Dit nummer dient men te verstrekken aan de douane voor de btw-vrijstelling van invoer.

Vervallen vrijstelling bij invoer

Vanaf 1 juli 2021 moeten consumenten ook bij een invoer van goederen met een waarde van hooguit € 22 btw afdragen en invoerrechten betalen. Partijen buiten de EU mogen kiezen of ze de verantwoordelijkheid bij de consument laten of dat ze het pakketje voorzien van een eigen OSS-nummer. In dat laatste geval dragen zij daarmee automatisch de btw af.

Wet: art. 5, eerste lid, onderdeel a5a en 18 Wet OB 1968

Bron: Taxence 16 feb 2021: Carola Van Vilsteren BTW advies 12 februari 2021, ‘BTW-nieuwtje 05: BTW en wijzigingen e-commerce per 1 juli 2021’


De Belastingdienst heeft een document met antwoorden op veelgestelde vragen over de persoonsgebonden aftrekposten in de inkomstenbelasting 2019 gepubliceerd.

In het document ‘Vragen en antwoorden over persoonsgebonden aftrekposten’ staan antwoorden op vragen over:

Uitgaven voor specifieke zorgkosten, bijvoorbeeld:

  • voedingssupplementen
  • de kosten van een bezoek aan de bedrijfsarts
  • de contributie voor de belangenvereniging
  • extra vervoerskosten
  • startdatum Ivf-behandeling
  • hulpmiddelen (zoals stomadouche; opsta-stoel; bril kleurenblindheid)

Scholingsuitgaven zoals:

  • scholingsuitgaven en studiefinanciering
  • scholingsuitgaven voorgeschoten door ouders
  • kosten deelname aan congressen
  • terugbetalen studiekosten aan de werkgever
  • lidmaatschapskosten van beroeps- of wetenschappelijke verenigingen

Aftrekbare giften met vragen over:

  • tegenprestatie
  • periodieke giften
  • schenking van certificaten van aandelen
  • onzekerheidsvereiste bij twee schenkers
  • een ouderbijdrage aan school

Bron: Forum Fiscaal Dienstverleners, 16 februari 2021


Hof Amsterdam oordeelt in twee zaken dat de vermogensrendementsheffing over 2017 geen buitensporige last vormt voor personen die ruim boven de armoedegrens blijven.

Een vrouw en een man (geen fiscale partners) waren allebei in beroep gegaan tegen aanslagen inkomstenbelasting over 2017. Zij vonden dat de vermogensrendementsheffing voor hen een buitensporige en onevenredig zware last vormde. Beiden deden een beroep op twee eerdere uitspraken waarin het hof oordeelde dat de box 3-heffing te hoog was. Zie: ‘Ook in 2013 was forfaitair rendement box 3 te hoog’ en ‘Box 3-heffing over 2014 is te hoog’.

Niet-onaanzienlijk vermogen

Het hof constateert dat de vrouw en de man dankzij hun netto-inkomen ruim boven de armoedegrens bleven. Beiden hadden bovendien een niet-onaanzienlijk vermogen. Daardoor vormt de vermogensrendementsheffing voor hen geen buitensporige last. Wel is het zo dat voor beiden de vermogensrendementsheffing over 2017 meer bedraagt dan de genoten inkomsten uit vermogen. In het geval van de vrouw is de box 3-heffing zelfs zo’n 30% hoger. Maar dat is volgens het hof onvoldoende om tot een ander oordeel te komen. Verder worden de vrouw en de man niet harder getroffen door de box 3-heffing dan anderen. Daarom verklaart het hof hun beroepschriften ongegrond.

Verdrag: art 14 EVRM

Protocol: art. 1 EP EVRM

Wet: 5.2 Wet IB 2001 (wettekst 1 januari 2017)

Bron: Taxence, Remco Latour, 2 oktober 2020;  Hof Amsterdam 22 september 2020 (gepubliceerd 30 september 2020), ECLI:NL:GHAMS:2020:2540, 19/01551 en Hof Amsterdam 22 september 2020 (gepubliceerd 30 september 2020), ECLI:NL:GHAMS:2020:2541, 20/00121


Het kabinet heeft besloten de beperkte vermogenstoets in de Tozo uit te stellen tot 1 april 2021.

Dit betekent dat zelfstandig ondernemers onder ‘Tozo 3’ voor de maanden oktober 2020 tot en met maart 2021, en dus voor maximaal 6 maanden, een uitkering voor levensonderhoud kunnen aanvragen zonder dat er een beperkte vermogenstoets wordt uitgevoerd.

De datum 1 april 2021 is vastgesteld in goed overleg met de VNG, Divosa en gemeenten. Dit geeft gemeenten namelijk de ruimte om per 1 januari 2021 de ondersteuning van zelfstandig ondernemers bij heroriëntatie zorgvuldig ter hand te nemen en voorkomt dat gemeenten in de drukke decembermaand voorbereidingen moeten treffen voor een nieuw aanvraagtijdvak. Bovendien geeft dit voor een aanzienlijke periode zekerheid aan zelfstandigen.

Brief van 30 september 2020, nr. 2020-0000131968, Ministerie SZW

 


Marjo Jacobs oktober 5, 2020

Om als ondernemer voor de inkomstenbelasting te kwalificeren is het handig om verschillende opdrachtgevers te hebben. Als een zelfstandige maar één opdrachtgever heeft, kan de inspecteur hem weigeren als ondernemer aan te merken.

Een man dreef sinds medio 2008 een eenmanszaak, die hij had ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. De man had aanvankelijk met betrekking tot zijn werkzaamheden een Verklaring arbeidsrelatie winst uit onderneming (VAR wuo) voor het jaar 2013 van de fiscus ontvangen. Maar naar aanleiding van een boekenonderzoek stelde de inspecteur dat de man toch geen IB-ondernemer was. De feitelijke werkzaamheden van de man in 2013 bleken namelijk te bestaan uit het onderhouden en repareren van machines bij één opdrachtgever, een bv. De Belastingdienst stelde dat de man resultaat uit overige werkzaamheden behaalde. Daardoor had hij geen recht op de ondernemersaftrek of de MKB-winstvrijstelling.

Geen ondernemersrisico

De man startte daarop een beroepsprocedure. Hof Den Haag constateert dat de bv aan de man een lijst met werkzaamheden verstrekte die hij per dag of per week moet verrichten. De bv stelt het benodigde materiaal ter beschikking. Verder moet de man op vaste tijden aanwezig zijn. Als gevolg van de ouderdom van de machines is er altijd voldoende onderhoudswerk nodig. Zelfs als er geen werk is, wordt de man doorbetaald. Zijn opbrengsten zijn dan ook redelijk constant. Onder deze omstandigheden loopt de man geen ondernemersrisico. Bovendien geeft hij niet actief bekendheid aan zijn onderneming en doet hij niet aan acquisitie. Het hof is het daarom met de fiscus eens dat de man geen IB-ondernemer is. Het hangt overigens erg van de omstandigheden af hoeveel opdrachtgevers iemand nodig heeft om als IB-ondernemer te kwalificeren. Onder bepaalde omstandigheden kan een klein aantal opdrachtgevers al voldoende zijn.

Bron: Taxence door Remco Latour 29-09-2020